Met deze studie werd middels dossieronderzoek van 78 WIA-dossiers onderzocht hoe verzekeringsartsen duurbeperkingen onderbouwen bij chronische moeheid zonder medisch substraat.
Samenvatting
Doel
Doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de manier waarop verzekeringsartsen het wel of niet geven van een duurbeperking bij cliënten met chronische moeheid zonder medisch objectiveerbaar substraat onderbouwen.
Methode
Dossieronderzoek van 78 WIA-dossiers met hoofdklacht moeheid, waarbij de argumenten voor of tegen een duurbeperking werden verzameld en in verschillende categorieën ondergebracht.
Resultaten
Zowel voor als tegen duurbeperking wordt het meest gebruik gemaakt van argumenten verwijzend naar regelgeving en richtlijnen.
Argumenten met betrekking op de beleving van cliënten worden meer gebruikt voor dan tegen een duurbeperking.
Het niet geven van een duurbeperking wordt in 40% van de gevallen niet onderbouwd.
Conclusie
Verschil in interpretatie van regelgeving lijkt een belangrijke oorzaak voor het verschil in beoordeling van de noodzaak van een duurbeperking bij chronische moeheid.
Verzekeringsartsen onderbouwen het geven van een duurbeperking meer dan het niet geven van een duurbeperking.
Dit artikel is verschenen in Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde 2022; 30 (3): 13-19.